Annemarie moet  binnenkomen

1.Annemarie moet  binnenkomen,

ja binnenkomen, Rozebloemen op haar hoed.

Wij waren, wij waren, wij nog zo goed. Rozamijn is nog zo zoet.

 

2. nu water halen, ja water halen.

 

3. het goed gaan wassen, het goed gaan wassen.

 

4. De was uitwringen, de was uitwringen.

 

5. de was ophangen, de was ophangen.

 

6. het wasgoed strijken, het wasgoed strijken.

 

7. een ander kiezen, een ander kiezen.

 

 

Dit is het lied van Annemarie. Ze leert ogenschijnlijk de was te doen, maar in het laatste couplet krijgt ze een enigszins wonderlijke opdracht........

 

Uiteindelijk is het allemaal redelijk logisch als je het volgende leest:

ANNEMARIE MOET BINNENKOMEN. Uit de rondgaande kring treedt ‘Annemarie’ in het midden, als voor de tweede maal ‘binnenkomen’ gezongen wordt. Zij doet daarna. telkens wat de tekst der- strofen voorschrijft. De teksten worden eigenlijk geïmproviseerd.

 

Traditioneel is daarbij, dat de meisjes een handeling uit de huishouding verrichten (linnen wassen, lakens strijken, rijst- pap koken enz.) en de jongens een ambacht (bomen zagen, plan- ken schaven, spijkers slaan enz.). De eigen naam van de speler vervangt steeds ‘Annemarie’. Als laatste strofe geldt steeds . . . . . . . . . . moet een ander kiezen’.

Ik stel voor dat we het gewoon maar moderniseren. Bijvoorbeeld Jet die manager wil worden, en Jean Louis die bankier wil worden, of................................