Een karretje op een zandweg reed

de maan scheen helder, de weg was breed

het paardje liep met lusten.

'k Wed dat het zelf zijn weg wel vindt

de voerman lei te rusten.

 

Ik wensch je wèl thuis, mêvrind, mêvrind,

ik wensch je wèl thuis, mêvrind!

 

Een karretje reed langs berg en dal

de nacht was donker, de weg was smal

het paard liep als met vleugels.

De sneeuwjacht zweept zijn oogen blind

de voerman houdt de teugels.

 

Ik wensch je wèl thuis, mêvrind, mêvrind,

ik wensch je wèl thuis, mêvrind!

 

Eén karretje keert behouden weêr

het ander heeft er geen voerman meer

waar mag hij zijn gebleven?

'k Wed dat je 'em op den zandweg vindt

of moog'lijk wel daarneven.

 

Hij komt niet weer thuis, die vrind, die vrind,

hij komt niet weer thuis, die vrind!

 

 

Een karretje op een zandweg reed

De tekst van dit lied is geschreven door Jan Pieter Heije (Amsterdam, 1 maart 1809 , 24 februari 1876)  Hij heeft in zijn leven veel liedteksten geschreven die we nu als volksliederen beschouwen.

https://nl.wikipedia.org/wiki/Jan_Pieter_Heije

 

De muziek is gecomponeerd door Joannes Josephus Viotta (Amsterdam, 14 januari 1814 – Amsterdam, 6 februari 1859) Hij heeft net als Heije een grote bijdrage geleverd aan wat later tot het volkslied is gaan horen.

https://nl.wikipedia.org/wiki/Joannes_Josephus_Viotta