Waarvan gaan er de boeren, de boeren,

Waarvan gaan er de boeren zoo mooi?

Zij dorsen het koorn en verkopen het strooi.

Daarvan gaan er de boeren, de boeren,

Daarvan gaan er de boeren zoo mooi.

 

Waarvan hebben de boeren, de boeren,

Waarvan hebben de boeren veel geld?

Zij karnen de boter en verkopen de melk.

Daarvan hebben de boeren, de boeren,

Daarvan hebben de boeren veel geld.

 

Waarmee drinken de boeren, de boeren,

Waarmee drinken de boeren den wijn?

Ze vetten het kalf en verkopen het zwijn.

Daarmee drinken de boeren, de boeren,

Daarmee drinken de boeren den wijn.

 

 

Waarvan gaan er de boeren

Dit liedje is één grote aanbeveling om toch maar vooral boer te worden. Geld en wijn behoren tot het bezit de boer. Van mijn jeugdherinneringen van boeren in Gemert is niet veel meer over gebleven. Van vooral kleine gemengde bedrijven, naar megastallen is een stap die binnen vijftig jaar gezet is. Niettemin een van mijn favoriete kinderliedjes.